Zaterdag 27 februari vertrokken naar
Martinique met onze nieuwe bootje aan dek. We ankeren eind van de middag in een
grote baai waar, schrik niet, zeker 300 schepen ten anker liggen. Het is een
mooie baai en hij is groot genoeg maar toch. De volgende dag naar de wal en we
zijn direct in Frankrijk. We lunchen lekker Frans aan het strand en we betalen
in euro’s. Dan moet onze rubberboot natuurlijk gedoopt worden. In Muiden, bij mijn zeilvereniging, wordt een
rubberboot “pudding” genoemd, dus daar hebben we het ook altijd over. Nu is
mijn nieuwe bootje toch een beetje te mooi om pudding te noemen, dus we hebben
een chiquer klinkt alternatief: Royal Jelly, roepnaam Jelly. Sas heeft haar met
champagne gedoopt, een mooie reden om het glas te heffen.
We vervolgen onze weg naar Le Marin een grote
jachthaven met een heerlijk assortiment aan winkels met zeilspullen. We kopen
er nog wat dingen voor het schip en een doordrukkoffiepot, de vorige die ook uit Frankrijk kwam, was bezweken.
Vervolgens doen we Fort de France aan, dat ons erg tegenviel. We moeten een beetje voortmaken, omdat Sas uit
Guadeloupe terugvliegt en we tijd hebben verloren met het wachten op de
levering van Jelly, dus we ankeren voor de nacht bij Dominica en zeilen door
naar Des Haies op Guadeloupe om daar nog wat rond te kijken. Vandaar vertrekt
Sas naar huis en vaar ik de volgende dag zondag 6 maart, alleen door naar
Antigua. Ik vaar op met de Hullu Poro, met Lia en Remco, die ik al eerder op
Lanzarote had ontmoet. Zij maken onderweg prachtige foto’s van mij, althans van
Morning Glory. Het was een heerlijke tocht met een
lastige aanloop van Nelson’s Dockyard.
Ik wist dat ik mijn startaccu moest vervangen
en kon die in Antigua wat makkelijker kopen dan in Guadeloupe. Helaas had de
start accu bedacht om de geest te geven vlak voor de aanloop van Antigua. Motor
startte niet, ook niet met de lichtbatterijen erbij. Alle apparatuur sloeg af,
kortsluiting. Tja wat nu? Ik riep over
de marifoon de Hullu Poro op, met de vraag of zij mij naar binnen wilden
slepen, dat wilden ze, maar ze gingen even binnenkijken hoe het er uit zag. Al
snel riepen ze me op dat het er vol was binnen en dat ze het liever niet deden.
De jachthaven opgeroepen en al snel kwam er een boot naar buiten om me naar
binnen te slepen. Het was maar goed ook, het was erg druk in de baai en ik
moest naar de jachthaven omdat dat toch wat handiger leek, als ik met een accu
moest slepen. Ik kwam netjes te liggen
tussen allerlei superjachten, dat zijn hele grote zeilschepen. Van de meeste
schepen is hun bijboot groter dan mijn Morning Glory. Ik lag er prima. De
volgende dag op zoek naar een nieuwe accu en een monteur wat er was overduidelijk wat doorgebrand en ik
kon het niet vinden. Enfin dat duurt allemaal lang, dat zal ik jullie besparen,
maar donderdag was alles weer in orde. Ondertussen was ook Samantha met Fred en
Lida in Antigua aangekomen, zij lagen voor anker in de baai. Zij hebben zich
erg om mij bekommerd, ik heb terwijl ik alleen was vaak bij hen aan boord
gegeten, erg gezellig.
In Nelson’s Dockyard lag een roeiboot, een zeer
zeewaardig type. Wat bleek Antigua was de finishplaats van de roeiwedstrijd uit
La Gomera, een Canarisch eiland!! De start was op 15 december en het is nu 8
maart. De laatste boot zou waarschijnlijk vannacht binnenkomen. Nu weten wij
hoe leuk het is als er mensen je toejuichen als je over de finish komt, of je
de mensen nu kent of niet. Wij informeren hoe laat die boot ongeveer werd
verwacht, kort na middernacht. De vraag was zullen we toch gaan slapen of op
blijven, het was nog 8 mijl roeien, we zijn toch maar naar bed gegaan. Lida had
haar wekker gezet en keek dan op de ais hoe ver het nog was. Ik had de marifoon
naast me gelegd en om 0200 uur Lida aan de marifoon, ze zijn nog 1,5 mijl weg,
kom je ons ophalen? Dus mijn kooi uit, bermuda en shirt aan en in de jelly
gestapt met een zaklantaarn. Op naar de Samantha die in de baai vrijwel
tegenover de finishboei voor anker lag. Eerst een kop koffie gedronken en naar
de kaart en de ais gekeken nog ¾ mijl. Er was ook meer beweging aan de wal met
lampen en pratende mensen, ze kwamen dichterbij. Het grote zoeklicht van de
twee reddingboten van Antigua die de roeiboot begeleidde verscheen op het
water, wij in de jelly en op naar de roeiboot. Er zaten twee mannen in. Eén
roeide, met zeer trage en vermoeide slagen zijn allerlaatste halen en getoeter
over de finish na 80 dagen, 12 uur en 23 minuten (of zo iets). Fred had 2
flares meegenomen en stak die af, wat waren die mannen blij. Het was erg leuk
om bij te zijn. Hij roeide nog zo’n 600 meter naar de kant, waar behalve van de
organisatie nog zo’n 50 mensen op de kant stonden het was inmiddels 03.30 uur.
Roeiboot aangelegd en de twee Engelsmannen stappen uit, of liever wankelde uit,
ze hadden in het begin grote moeite om te blijven staan. Ze zagen er behoorlijk
moe uit. Ze werden toegesproken en er volgde een tv interview, ze waren de
allerlaatsten.
Het bleek dat de roeier die ook daadwerkelijk
over de finish roeide alleen was vertrokken, maar zoveel problemen had en erg
zeeziek was en bleef dat de organisatie een roeier bij hem aan boord had gezet na 4 weken.
Daarmee was hij direct gediskwalificeerd, maar hij moest en zou die oceaan over
roeien, dus ze roeiden om en om. De man bleek een extreme sporter te zijn, hij
had marathons op de Noord- en de Zuidpool gelopen en meer van dat soort dingen, maar nog nooit geroeid. Ik weet het, de beste
stuurlui/ roeiers staan aan wal, maar Fred en ik vonden dat hij nog wel een
lesje roeien kon gebruiken!!
Van Antigua zeil ik naar Nevis, ook de
Samantha vaart die kant uit. Dus ’s avonds weer gezellig bij hen aan boord
gegeten. Zaterdag 12 maart komt mijn vriendin en oud collega Ellen de Ranitz
aan boord. Ik pik haar op met de jelly in de haven, zij kwam met de ferry uit
St Kitts. Het is altijd weer spannend voor een nieuwkomer om met je tas in de
jelly te stappen de haven uit de varen en dan maar af te wachten waar je heen
gaat. Een leuk begin. We verkennen met een taxi het eiland en zien een paar
prachtig gerestaureerde oude plantages en met name de huizen zijn meestal
omgetoverd in een hotel met een prettig restaurant. We vermaken ons prima ook
aan boord, boekje lezen, beetje zwemmen. Het is wel onrustig liggen, het golft
nogal en Ellen’s maag is er nog niet op ingesteld. Op een pil na kan ik er
weinig aan doen, het went (meestal).
Wat is de natuur toch mooi. |
Van Nevis varen we naar Sint Eustatius, een
Nederlandse gemeente. Er is bijna niets Nederlands aan St Eustatius, ja er
waait een Nederlandse vlag en naast het bord Customs staat Douane, maar dan heb
je het wel bijna gehad. Ze spreken er Engels en je betaalt er met US dollars.
Wel zijn er duidelijke Nederlandse dingen te zien. Er zijn huizen die
onmiskenbaar met Nederlandse stenen zijn gebouwd, die stenen werden als ballast
gebruikt door de VOC schepen op de heen weg naar de west. Het Oranje fort heeft
ook duidelijke Nederlandse kenmerken en aan de straatnamen kan je het zien. Er
is een leuk museum, met veel tekeningen en verhalen over de Nederlandse
geschiedenis en uiteraard de slavernij. Er wonen ca. 4000 mensen op St
Eustatius, ook dit is een vulkanisch eiland. Ik beklim met Fred een van de
“bergen” Mount Quill, afgeleid van het woord kuil, de krater.
Uitzicht vanaf de kraterrand |
Museum in St Eustatius |
Helaas wordt Ellen door een telefoontje van
een van haar zusjes teruggeroepen naar Nederland. Haar Moeder (94) maakt het heel
slecht. Met behulp van de ANWB alarmcentrale is Ellen gelukkig op tijd terug om
afscheid van haar Moeder te nemen.
Huisje bij het Fort Oranje. |
Ik ben dus weer solozeiler, omdat de volgende
crew pas volgende week aan boord komt in St Kitts. Ik blijf nog een paar dagen
op St Eustatius en zeil dan terug naar St Kitts alwaar ik ’s avonds Lijs Derks
en Loes Beukers van het vliegveld ophaal. Wederom twee Leidse vriendinnen. Lijs
is getrouwd met Jan Derks, die al vaker met mij mee heeft gevaren, dus Lijs kan
wel een beetje varen en Loes heeft alleen fokkemaat ervaring op een Fries meer.
We zullen zien!!
We kijken eerst natuurlijk rond op St Kitts en
varen dan weer naar Nevis, waar ik min of meer het zelfde rondje doen met dezelfde taxichauffeur. Ook is het goede
vrijdag en “schalt” de Mattheus door de kuip terwijl we zwemmen en eieren
versieren met plakplaatjes. Het paasontbijt vindt plaats in stralende zon met
veel wind dus het tafelkleed moet worden vastgeplakt. Het mag de pret niet
drukken.
Het blijft maar hard waaien met af en toe een
flinke regenbui. Het waait me iets te hard om mijn niet zo ervaring bemanning
bloot te stellen aan de Caribische Zee met dito golven, we wachten nog een dag.
Maar dan gaan we toch weer richting St
Eustatius en vervolgens naar Sint Maarten. Een pilletje hier en daar doen
wonderen. Als we onder de redelijke beschutting van St Eustatius uitkomen komen
de golven echt door. Het is even wennen voor mijn bemanning, als ik tenslotte
naar binnen ga om brood te bakken, komt dat mijn bemanning wat vreemd over. Wie
gaat er met zulke golven nu naar binnen, moet er niet op het roer gelet worden? Het schip stuurt zich zelf met behulp van de Aries en die ken ik nu zo goed,
dat ik weet dat dat prima gaat, maar het ziet er mogelijk wat vreemd uit om
niet achter het roer te staan. Na verloop van tijd blijkt toch dat het prima
gaat! En is brood bakken kennelijk een teken van vertrouwen.
Fort op St Kitts |
Woensdag 30 maart meren we af in de jachthaven
in Simpson Bay. We komen in eens in een andere, mondaine wereld terecht. Veel
toeristen, veel winkels, veel restaurants, veel hele grote schepen. Ik vind de
overgang soms wel erg groot. We vermaken ons nog een paar dagen op St Maarten,
huren een auto en rijden rond het eiland, deels Frans, deels Nederlands. Het
Franse deel is ook echt Frans, met Franse nummerborden en de bewegwijzering, ze
betalen met Euro’s, spreken Frans, hoewel ook veel Engels. Zo niet het
Nederlandse deel. Ja er is een Nederlandse bascule brug voor de toegang naar de
Lagoon, er hangt hier en daar een Nederlandse vlag, maar ze spreken Engels, je
betaalt in US Dollars en de nummerborden zijn zeker niet Nederlands. Kortom, ik
weet niet goed wat hier Nederlands is.
We zien Willem en Erica Recourt, ook vrienden
uit Muiden en ik ben met hen in 2001 aan boord van Kim van St Maarten mee naar
Muiden gevaren. Willem en Erica zijn hier met dochter en schoonzoon en 2
kleinkinderen 2 weken met vakantie. Leuk om iedereen weer te zien, bovendien
helpt Willem mij met de aanschaf en vooral het vervoer van een buitenboord
motor. De oude heeft het dus net als het bootje begeven. Jelly heeft dus een
nieuw 5 pk Nissan motortje achterop zitten. Het vaart als een speer, ze
planeert zelfs als ik genoeg naar voren zit. We eten met zijn allen bij
Karakter, een gezellige strandtent met hoe kan het ook anders, een Nederlandse
eigenaar.
En dan gaan Loes en Lijs weer op huis aan, een
ervaring rijker. En wat hebben we veel gelachen, het was echt reuze gezellig.
![]() |
Weer een douanekantoor. Hoeveel keer heb ik die formulieren nu al ingevuld?? |
Ik kijk nu uit naar de komst van Sas dinsdag,
voor 2 weken en op 27 april, mooie datum! komt mijn oversteek bemanning. Mattijn Hartemink mijn kluscollega met een (zeil) vriend Thomas Pollmann.
Mattijn, heb ik “op straat gevonden”, maar
daar over later meer.
Dan nog even een nabrander. Ik heb op verzoek van het digitale zeilmagazine Zilt, een artikel geschreven over…. inderdaad mijn gebroken stuurkabel. Voor de geïnteresseerde lezer de link:
https://issuu.com/ziltmagazine/docs/zilt119/92
of gewoon Zilt nr 119 downloaden.